Hoogbegaafdheid

Hoogbegaafdheid betekent een hoger niveau van bewustzijn, grotere sensitiviteit, een groter vermogen tot het begrijpen van waarnemingen en het omzetten daarvan naar intellectuele en emotionele ervaringen.

- Annemarie Roeper (2000)

Hoogbegaafdheid is aangeboren

Hoogbegaafde kinderen hebben een grote potentie op intellectueel gebied. Het benutten van deze potentie hangt af van een aantal factoren; kunnen de kinderen (leren) omgaan met hun perfectionisme, krijgen zij ruimte om autonoom aan de slag te gaan, worden zij geprikkeld en gestimuleerd om moeilijke zaken op te pakken, is er zingeving aanwezig (heeft dat wat je moet doen nut?). Om slechts een aantal zaken te noemen.

De omgeving heeft een grote invloed op het al dan niet tot bloei komen van de potentie bij deze kinderen. Om goed aan te kunnen sluiten bij de behoeftes is kennis van groot belang. Stichting iQ+ wil graag ouders en professionals ondersteunen bij het vinden van de benodigde kennis en begeleiding.

Hoogbegaafdheid herkennen bij kinderen

Hoogbegaafde kinderen zijn snelle denkers, die met creatieve oplossingen kunnen komen. Vaak verloopt de ontwikkeling snel en laten zij dit ook zien. Zo zie je dat een baby vroeg zijn hoofd omhoog kan heffen, of heel snel gaat staan. Er zijn peuters die goed en veel praten met een grote woordenschat, maar er zijn ook kinderen die eerst zeker willen zijn van hun zaak en lang observeren en ‘in het hoofd oefenen’. Deze kinderen kunnen je dan verrassen met ineens praten met volzinnen.

Een aantal positieve kenmerken van hoogbegaafdheid

  • Het kind begrijpt en onthoudt moeilijke informatie, alleen wanneer hij geïnteresseerd is.
  • Leest veel en verzamelt in zijn vrije tijd (op andere manieren dan via school) veel informatie.
  • Kent veel feiten, heeft grote algemene ontwikkeling.
  • Heeft een creatieve en levendige verbeelding.
  • Ontwikkelt en bedenkt thuis uit zichzelf allerlei activiteiten.
  • Is gevoelig.

Een aantal negatieve kenmerken van hoogbegaafdheid

  • Presteert op school redelijk tot slecht (soms alleen onder eigen niveau)
  • Heeft minderwaardigheidsgevoelens, kan wantrouwend of onverschillig zijn.
  • Is minder populair bij leeftijdgenootjes. Het zoekt vriendjes onder kinderen die hetzelfde denken als hij.
  • Doelen worden door het kind te hoog gekozen (hierdoor ontstaat falen) of te laag gekozen (zodat mislukken voorkomen wordt).
  • Is snel afgeleid en impulsief.
  • Wil niet geholpen worden, wil zelfstandig zijn.