Mindset: Waarom positief denken belangrijk is bij hoogbegaafdheid

Auteur: Nathalie Maes | Recensie: Tení Brouwer

Hoogbegaafdheid vraagt geen aanpassing, maar begrip

Als specialist hoogbegaafdheid, gedragsspecialist én jurist kijk ik met verschillende brillen naar het boek Mindset van Nathalie Maes. Juist die combinatie maakt één boodschap voor mij bijzonder duidelijk: hoogbegaafdheid gaat niet alleen over wat iemand kan, maar ook over wat iemand nodig heeft om zich te kunnen ontwikkelen.

Dat klinkt misschien vanzelfsprekend. Toch blijkt, ook binnen mijn eigen praktijk Met Recht Begaafd, hoe vaak hoogbegaafde kinderen worden beoordeeld op hun prestaties, terwijl hun ervaringen en onderwijsbehoeften onvoldoende worden gezien. Een leerling die goede cijfers haalt, kan immers nog steeds onder zijn niveau functioneren. Een kind dat zich verveelt, voortdurend vragen stelt of emotioneel intens reageert, is niet per definitie ongemotiveerd of lastig. Soms vertelt gedrag ons vooral dat de omgeving onvoldoende aansluit.

Daarin herken ik een belangrijke kracht van Mindset. Nathalie Maes beschrijft hoogbegaafdheid vanuit haar eigen ervaringen en laat zien hoe belangrijk het is dat een kind zichzelf leert begrijpen. Haar persoonlijke verhaal maakt zichtbaar wat een abstract begrip als hoogbegaafdheid in het dagelijks leven kan betekenen.

Van etiket naar onderwijsbehoefte

Als specialist hoogbegaafdheid vind ik het belangrijk om hoogbegaafdheid niet als etiket te gebruiken, maar als mogelijke sleutel tot begrip. Het doel van herkenning is niet om een kind apart te zetten, maar om beter te kunnen aansluiten bij diens onderwijs- en ontwikkelbehoeften.

Daarbij is vroegtijdige herkenning van grote waarde. Niet omdat ieder hoogbegaafd kind automatisch uitzonderlijke prestaties moet leveren, maar omdat langdurige onderstimulering gevolgen kan hebben voor motivatie, zelfbeeld én schoolbeleving.

Als gedragsspecialist kijk ik daarom ook naar wat er achter gedrag kan liggen. Gedrag ontstaat niet los van de context. Een leerling die afhaakt, storend gedrag vertoont of voortdurend in discussie gaat, vraagt om meer dan een correctie van dat gedrag. De vraag zou moeten zijn: wat probeert dit gedrag ons te vertellen?

Dat betekent overigens niet dat ieder probleemgedrag door hoogbegaafdheid wordt veroorzaakt. Ook daarin is nuance noodzakelijk. Maar hoogbegaafdheid mag evenmin worden uitgesloten omdat een leerling zich niet gedraagt zoals wij verwachten van een ‘slimme’ leerling.

Ook een juridische kwestie

Mijn juridische blik voegt daar nog een ander perspectief aan toe. Onderwijs is niet alleen een pedagogische of didactische aangelegenheid. Het raakt ook aan de vraag welke verantwoordelijkheid een school heeft om leerlingen passend onderwijs en gelijke ontwikkelingskansen te bieden.

Gelijke behandeling betekent immers niet noodzakelijk dat ieder kind hetzelfde krijgt. Juist wanneer leerlingen verschillende onderwijsbehoeften hebben, kan gelijkheid vragen om differentiatie.

Daar zit naar mijn mening een belangrijk maatschappelijk gesprek. We zijn in het onderwijs relatief goed geworden in het signaleren van leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben omdat zij ergens moeite mee hebben. Bij leerlingen die juist méér uitdaging nodig hebben, ligt dat soms ingewikkelder. Hun problemen worden minder snel als een ondersteuningsbehoefte herkend, zeker wanneer hun prestaties aan de buitenkant nog voldoende lijken.

Dat vraagt om een bredere opvatting van ondersteuning. Niet alleen achterstanden verdienen aandacht. Ook het onvoldoende benutten van potentieel kan een serieus ontwikkelingsprobleem zijn.

Het kind hoeft niet kleiner te worden

Wat mij uiteindelijk het meest aanspreekt in Mindset, is de gedachte dat een kind niet voortdurend hoeft te leren zich aan te passen aan een omgeving die onvoldoende aansluit. Uiteraard moeten kinderen leren omgaan met grenzen, verwachtingen en respectvol omgaan met medemensen, maar ontwikkeling mag niet uitsluitend worden opgevat als leren passen binnen wat al bestaat.

Soms moet ook de omgeving veranderen.

Dat vraagt van zowel ouders als onderwijsprofessionals en zorgprofessionals dat zij nieuwsgierig blijven. Niet: hoe krijgen we dit kind weer in het gareel? Maar: wat zien we hier eigenlijk gebeuren? Welke behoefte ligt onder het gedrag? Waar zit de motivatie? Waar wordt het kind enthousiast van? En welke ruimte is nodig om talent daadwerkelijk tot ontwikkeling te laten komen?

Tenslotte

Mindset is geen wetenschappelijke verhandeling en pretendeert dat naar mijn mening ook niet te zijn. De waarde ligt juist in het persoonlijke perspectief. Nathalie Maes geeft een stem aan de ervaring achter het begrip hoogbegaafdheid.

En misschien is dat precies wat we nodig hebben. Minder nadruk op het label en meer aandacht voor de persoon. Minder kijken naar wat een kind volgens onze verwachtingen zou moeten zijn en meer onderzoeken wat het nodig heeft om tot bloei te komen.

Hoogbegaafdheid vraagt niet in de eerste plaats om kinderen die zich beter leren aanpassen. Het vraagt om volwassenen die beter leren kijken!