Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet

Kansenongelijkheid in het onderwijs is een ingewikkeld en groot probleem dat al in de jaren 60 in Nederland op de agenda stond. Het kan zich via verschillende mechanismen manifesteren, waaronder het ‘Pygmalion-effect’, het ‘Mattheus-effect’ en ‘Sense-of-belonging’. Docenten kunnen en willen het verschil maken. In hun rol hebben zij de grootse impact op de leerling, omdat zij in de klas het dichtst op de ontwikkeling van leerlingen staan. In dit theoretisch kader gaat het om de leerling met een niet-westerse achtergrond en kenmerken van hoogbegaafdheid. Deze combinatie vergroot voor deze groep de kans op kansenongelijkheid in de klas. Door kennis en inzichten op te doen rondom de verschillende mechanismen, kan de docent groeien in zijn teacher-efficacy en het geloof in eigen kunnen. Dit heeft een positieve impact op de student-efficacy, waardoor het welbevinden en de (leer)resultaten van de betreffende leerlingen kunnen toenemen. Bewustwording bij de docent van de verschillende vooroordelen en stereotypen die leiden tot ongelijkheid en sociaal-emotionele problematiek, bij de betreffende leerlingen, en de inzet van inclusieve didactiek, kunnen de kans op ‘Sociale pijn’ (pijn dat gevoeld wordt bij sociale afwijzing) verkleinen en kunnen het gevoel van erbij horen (Sense-of-belonging) vergroten. De docent dient hierbij als sleutel en de leerling met niet-westerse achtergrond en kenmerken van hoogbegaafdheid als uitgangspunt. Aanbeveling is om meer educatief materiaal, zoals een folder of infographic te ontwikkelen, zodat er op een laagdrempelige manier kennis en inzichten verspreid kan worden.