Dat wat is

Dat wat is

Maandagochtend, grijs en nat, ik fiets naar het station. Vlakbij de spoorwegovergang staat een

moeder op het punt de drukke weg over te steken. Haar dochter van een jaar of negen staat met

haar fiets op het midden van de weg. Het is een onhandig punt – om onverklaarbare redenen staan

er rood-witte paaltjes op de middenstreep, er is veel verkeer en het treingeluid, het getingel van de

slagbomen en de rode lichten verhogen de onrust. Moeder roept naar haar dochter: ‘Pas op!, ‘nu

blijven staan daar!’, ‘dit is niet handig!’, ‘je had ook beter even kunnen wachten.’ En als de

slagbomen dichtgaan: ‘Zie je wel, we hadden eerder van huis moeten gaan, nu kom je ook nog te laat

op school!’

Ik herken de stress, ik zie de onzekerheid van het meisje, begrijp ook de ergernis van de moeder. En

er schiet me een zin te binnen. Een zin waar ik zelf, als moeder, vaak veel aan heb gehad. ‘Laat gaan

wat zou moeten zijn en richt je op wat is’. Ik ben de herkomst van de zin kwijt, maar hij kwam uit de

hoek van het omdenken.

Laat gaan wat zou moeten zijn. Voor deze moeder en dochter betekent dat, ja, het had anders,

handiger, sneller, vroeger gekund, vast en zeker. Maar richt je op wat is: dochter staat reddeloos en

ongerust midden op de weg, moeder wil naar haar toe, dat kan niet, want er komen auto’s aan. Wat

nu telt is de situatie veilig op te lossen, zonder boosheid, zonder verwijten, dochter voelt zich al rot

genoeg. Te laat op school? Dat is dan maar zo!

Laat gaan wat zou moeten zijn en richt je op wat is. Ik gebruik deze zin in mijn trainingen waarin ik

ouders leer omgaan met de boosheid van hun hoogbegaafde kind. ‘Ik wil niet dat mijn kind zo boos

wordt!’ ‘Ze heeft er niet eens een goede reden voor.’ ‘Als hij nou even naar mijn uitleg zou kunnen

luisteren.’ ‘Mama Mia, de wereld vergaat toch niet als hij een legoblokje kwijt is?’ Laat gaan. Vergeet

de logica, de reden, de redelijkheid. Vergeet ook even, voor dit moment, jouw behoefte aan

harmonie. En richt je op wat is. Een schreeuwend kind, een boos kind, een verdrietig kind. Een kind

dat op zijn kwetsbare plek geraakt is. Een kind dat nog niet de vaardigheid heeft om zijn woede zelf

te temperen, een kind, uiteindelijk, dat vooral verlangt naar liefdevolle woorden en jouw armen om

zich heen.

Laat ook voor jouzelf gaan wat had moeten zijn. ‘Weer mijn geduld verloren’, ‘ik mag niet tegen mij

kind schreeuwen’, ‘ik moet die discussie niet steeds aangaan’. En richt je op wat is: emoties en

behoeftes, bij jouzelf, bij jouw kind. Precies daar ligt de kans voor verbinding. Want in conflict met de

ander gaat het contact verloren, terwijl ieder mens behoefte heeft aan liefde en begrip. Kun je die op

dat moment als ouder bieden, dan hervind je de harmonie waar je aanvankelijk zo naar verlangde.