Nachtmerries, wakker liggen, angsten, nagelbijten, buikpijn, hoofdpijn, niet meer naar school willen. In 2025 loopt onze dochter vast in het onderwijs. Ze verandert van een nieuwsgierig, opgewekt kind in een angstig, onzeker meisje. Het is een moeilijke periode. Ons vertrouwen in een goede samenwerking met school neemt af.
Dankzij de steun van een RITHA Specialist durven we de oude situatie los te laten en de weg van voltijds hoogbegaafdenonderwijs te gaan onderzoeken. Dat gaat niet zomaar. Overal waar we aankloppen voor een kennismakingsgesprek moeten we eerst een onderzoeksverslag laten zien. Totaal IQ < 130? Bijkomende diagnoses? Dan geen toegang en geen afspraak. Ik denk aan de ouders van vermoedelijk hoogbegaafde kinderen die geen geld hebben om goed onderzoek te laten verrichten. En aan hoogbegaafde kinderen die op basis van hun gedrag een extra diagnose krijgen, terwijl ze reageren op een omgeving die niet weet aan te sluiten. Als ik het onderzoeksverslag van onze dochter deel met de verschillende schooldirecteuren, besef ik dat we bevoorrecht zijn. Na de zomer maken we de overstap. En onze dochter bloeit op.
‘Ik hoor dat jullie van school veranderd zijn,’ zegt mijn zus tijdens een verjaardag. ‘Waarom?’ We hebben nog twee hoogbegaafde kinderen, maar hebben het woord ‘hoogbegaafd’ nooit genoemd in onze familie. Ik vermijd het onderwerp liever, omdat het vooroordelen oproept. ‘Ik zit op een hb-school’, roept mijn dochter vrolijk. Mijn zus kijkt me vragend aan. Nu moet ik wel. ‘Voltijds hoogbegaafdenonderwijs,’ zeg ik en glimlach zenuwachtig, alsof ik me verontschuldig. Ik vertel dat het al een tijd niet goed ging op de vorige school en dat de kinderen hoogbegaafd zijn. Mijn broer onderbreekt me. ‘Zijn ze getest?’ Zijn woorden klinken fel en hard. Ik knik. Het wordt stil in de ruimte. In de blikken van mijn familie lees ik ongeloof. Snel zeg ik dat het inmiddels goed gaat en verander van onderwerp. ‘Hoe is het met Emma? Zij gaat volgend jaar toch naar de middelbare school?’ Mijn zus begint uitgebreid te vertellen. Op de terugweg naar huis heb ik buikpijn. Het delen met vrienden en familie, over onze ontdekking en zoektocht, brengt tot nu toe eerder afstand dan nabijheid. ‘Vertel maar niet aan anderen dat je hoogbegaafd bent,’ wil ik tegen mijn kinderen zeggen.
Drie maanden later rijden we de camping in Drenthe op. Deze week komen we met meer dan honderd gezinnen, allemaal bekend met hoogbegaafdheid, samen. Ouders vinden elkaar en wisselen ervaringen uit. Kinderen die uit het onderwijs gevallen zijn, ontmoeten andere kinderen om vriendschap mee te sluiten. Mijn man trekt zich terug met zijn boek en wenst ons veel plezier. Net als onze oudste. Mijn dochter vliegt haar campingvriendin in de armen. Ze hebben elkaar vorig jaar leren kennen, toen we voor het eerst meegingen. Opgelucht haal ik adem en ontspan. Hier is het woord ‘hoogbegaafdheid’ een heel normaal woord en mogen we zijn wie we zijn, zonder eerst een onderzoeksverslag te laten zien.


